Sigrid van Essel

Vorige Volgende

Het leeggelopen IJ

Een eerste voorstelling van ‘Het leeggelopen IJ’. Ik stelde me het landschap voor dat overblijft als het water uit het IJ zou zijn verdwenen. Je staat achter het Centraal Station en kijkt naar rechts richting de Kop van het Java-eiland. Links zie je aan de noordelijke IJ-oever het Restaurant Wilhelmina Dok, via de lege vaargeul van het IJ kom je uit bij de bebouwing op het Java-eiland. Over de Jan Schaeferbrug kom je bij de pakhuizen aan de Oostelijke Handelskade.

Maarten Kloos, oprichter Architectuurcentrum ARCAM over ‘Het leeggelopen IJ"

Merkwaardig. Dat is het eerste wat je denkt bij het zien van het leeggelopen IJ. Merkwaardig, omdat je met verbazing direct het gevoel hebt dat dit ene beeld dwingt tot een dubbele kijk erop. Onontkoombaar is de indruk dat je eerst heel goed moet inventariseren wat je ziet en pas daarna kunt beginnen met filosoferen over wat het schilderij inhoudelijk zou kunnen betekenen. Wat je ziet is een overweldigend totaalbeeld. Een beeld dat opvalt door zijn kaalheid. Een beeld dat misschien iedereen bedacht had kunnen hebben of zich wel kan indenken, en dat sommige mensen zich wellicht ook daadwerkelijk wel eens voorgesteld hebben. Een beeld waar je lang en gedachteloos naar kunt kijken. Het is moeilijk te zeggen op welk moment en waarom precies er dan ineens het gevoel is dat je het beeld wordt ingesleurd. Het kan gebeuren bij de ontdekking dat de kaalheid veel weg heeft van leegte en levenloosheid, van eenzaamheid en onthechting, van tijdloosheid met de eeuwigheid onder handbereik. Het kan ook te maken hebben met het besef dat je hier wordt geconfronteerd met een opmerkelijk surrealistisch beeld waarin signalen uit de prozaïsche werkelijkheid ‘om de hoek’ goed herkenbaar zijn opgenomen. Die laatste notie beklijft, in ieder geval voor iemand die het IJ kent, en zo gaat vervolgens de verbeelding aan de gang. Je gaat nadenken. Achter het vagelijk bekend voorkomende silhouet van het Java-eiland met aan weerszijden het ‘vasteland’ doemen andere beelden op. Historische beelden bekend van oude stadsgezichten, dynamische beelden van de transformatie die de afgelopen decennia heeft plaatsgevonden, beelden van het Oostelijk Havengebied zoals het er nu bij ligt. En dan is er dat ‘ravijn’. Illusie, fantasie, droom – een bekend beeld is getransponeerd naar een andere wereld. Er rijzen dus vragen. Wat is dit? Het is natuurlijk niet echt een landschap van bergen en dalen, niet echt een ravijn, maar er is wel de vervreemding en ook de merkwaardige eenheid waarin verschillende werelden tegelijk én van elkaar gescheiden én onderling verbonden zijn. Hier kijkt filosoof Bergson weer eens om de hoek, met zijn stelling dat eilanden op zich geen zelfstandige fenomenen zijn, maar dat alleen lijken te zijn dankzij de aanwezigheid van water. Zo wordt het schilderij bij iedere observatie steeds sterker een soort motor, een katalysator van gedachten, van fantasieën. Kan zoiets waar zijn? Ja, nee, waarom niet? Het is betoverend. Maar waarom? Het moet iets met de krankzinnige driedimensionaliteit te maken hebben, waardoor het beeld verleidelijk is als een plaatje uit een reisgids. Je zou er zó naartoe willen. Maar dan blijft het idee van de parallelle wereld, van vooral die leegte. Niet alleen door het ontbrekende water, maar ook doordat de kleuren, het lichte blauw van de lucht en het vreemd-ontoegankelijke woestijnbruin, een soort afwezigheid uitstralen. En omdat er in de verte noch een duidelijke horizon, noch andere delen van een omringende stad te zien zijn, en er dus ook geen enkel teken van leven is te bespeuren. Het schilderij toont een maanlandschap dat op de een of andere curieuze manier door mensen lijkt te zijn gemaakt. Het beeld is dus méér dan leeg, het IJ is hier méér dan leeggelopen, het is tot in de fijnste poriën leeggezogen. Het mysterie is dat het tegelijk ook vol is. Vol van ruimte en vervuld van een groot wonder, namelijk dat de stemming in geen enkel opzicht deprimerend is. Sterker: de sfeer doet gemakkelijk denken aan die van een hele vroege ochtend in de zomer. De zon is nog niet op en er is nog niets te beleven, maar het zou wel eens een hele mooie dag kunnen worden.